Maike van Stiphout is landschapsarchitect (LU Wageningen,
MA) en voert sinds 1993 de directie over DS. Dit
landschapsarchitectenbureau richtte zij op met Bruno
Doedens, met wie zij de directie deelde tot 2004. DS heeft
een grote verscheidenheid aan nationale en internationale
projecten op haar naam staan. Enkele van de meest bekende
plannen zijn het Tilla Durieux-Park (Potsdamer Platz) in
Berlijn, Scenario en Stadshart van Almere (onder supervisie
-
1999 - 2005 | Scenario openbare ruimte
Stadslandschap Almere
Almere
-
Het stadshart is een samenhangend weefsel welke is verankerd, op fysieke èn op mentale wijze, in het Almeerse stadslandschap. Gekozen is voor een natuurstenen vloer voor het stadshart; een onverslijtbare en oeroude basis voor Almere! Daar tegenover staat constante verandering. Geanticipeerd is op het populair wordende programmeren voor specifieke doelgroepen door het opnemen van audiovisuele aansluitingen, geluid- en lichttechniek op de pleinen. Elke dag een nieuwe sfeer.
-
van het Masterplan van O.M.A.), het Zouwdal op de grens
-
2004 - 2005 | Zouwdal
Strategie ontwikkeling Zouwdal en aangrenzende gebieden
Maastricht
-
Hoe ontwikkel je een weerbaar landschap met de complexiteit van veel betrokken partijen, uiteenlopende belangen en een relatief korte procesperiode?
Een visie als leidraad bij complexe ontwikkelingen.
Het Zouwdal is een open, landschappelijk dal in een stedelijke omgeving. De hoofdfunctie is landbouw en de nevenfuncties zijn recreatie, waterretentie en natuur. De belangen van landbouw, natuur, waterretentie en recreatie zijn sterk verwerven. Juist door deze verwevenheid is er voldoende ruimte voor alle functies in het Zouwdal. De specifieke en unieke combinatie van functies maakt het Zouwdal tot wat het is: een uniek landschappelijk element met hoge potentie, een landschap in balans. De voorgenomen bouw van woningen en bedrijven in het Zouwdal zal dit delicate evenwicht tijdelijk verstoren. Het opnieuw realiseren van balans tussen oude functies en nieuwe functies is de belangrijkste opdracht voor de toekomst.
Het streven is het Zouwdal een landelijke oase met een open karakter in een stedelijke omgeving te laten blijven. Behoud van het open karakter van het dal is primair van belang voor een efficiënte benutting van de akkers. Dit is ook voor akkervogels als de grauwe gors van levensbelang. De openheid zorgt verder voor een optimale beleving van het dal. Om de beleving te versterken wordt het dal in de lengte begeleid door robuuste groene randstructuren van wisselende breedte. De randen zijn onderdeel van het Zouwdal en vormen de overgang naar de woonwijken en het bedrijventerrein, visueel en functioneel. De rand zorgt voor een groene vitrage tussen het Zouwdal en de stad en het bedrijventerrein. De wisselende breedte is gebaseerd op de huidige kavelgrenzen die voor een groot deel samenvallen met het middeleeuwse verkavelingspatroon.
De Zouwdalranden zijn zeer belangrijk voor plant- en diersoorten die afhankelijk zijn van struweelbegroeiingen en kruidenvegetatie. De verspringingen hebben een positief effect op de biodiversiteit en verhogen de afwisseling in het beeld van de passant.
Door watervertragende maatregelen zal het centrale deel van het dal vernatten. In natte tijden zal dit ertoe leiden dat weer een echte beek door het dal stroomt. Om wateroverlast voor de landbouw te voorkomen wordt hemelwater van het bedrijventerrein en de stadsrand in eerste instantie opgevangen in de groene dalranden.
Aan de stadszijde heeft de inrichting van de rand een sturende rol voor de gewenste overgang tussen privé tuinen en openbaar dal. De woningen aan de Zouwdalrand worden gezien als integraal onderdeel van de randstructuur. De Zouwdalrand is hier ook uitloopgebied van de woonomgeving en vormt de toegang tot het eigenlijke Zouwdal.
Voor de grens tussen openbaar en privé is een reeks stedenbouwkundige principes uitgetekend en voorzien van richtbeelden. De rand zorgt er ook voor dat 's avonds de stad zo veel mogelijk op afstand blijft. Ook de geluiden van de ontsluitingsweg worden gedempt door de randwoningen. Om de visuele afstand te vergroten worden de randwoningen ontsloten aan de stadszijde. Verlichting van tuinen, huizen en het wandelpad wordt vermeden.
-
tussen Maastricht en Lanaken en de Universiteitscampus van
Masterplan Universiteit BX III
-
2003 | Masterplan Universiteit BX III
Pessac Talence Bordeaux
-
De opzet van de huidige campus is verouderd, de aanwezige groene ruimte is betekenisloos. De nieuwe groene ruimte moet herkenbaar zijn. Een sociaal programma geeft het park structuur en levendigheid.
Het park: bestaat uit drie typen gecultiveerd landschap:
Het bos: een circelvormig wit bos gevormd om het amphitheater, een lommerrijke plek.
De prairie: een ruig grasveld met verspreid solitaire bomen, vormt de overgang tussen het bos en het veld.
Het veld: een vlak veld met verdiept liggend meer. Er staan geen bomen, geen lantarenpalen, er is niets dat de horizon verstoort.
Eenheid wordt gevormd door de kleur wit. Alle planten bloeien met witte bloemen, de bomen, de struiken, de vaste planten, de bolletjes in het gras. Omdat een park ontstaat in de loop van de tijd is een matrix opgesteld waarin per landschapstype de beplanting, meubilair en kunstuitingen zijn vastgelegd. Door consequent de matrix te hanteren zal het park steeds sterker worden in zijn identiteit.
-
Bordeaux (in samenwerking met Tania Concko architects).
Inmiddels werkt het DS-team aan veelal complexe openbare
ruimte-plannen en landschappelijke projecten met een
stedenbouwkundige component. Hierbij is het zwaartepunt van
het opdrachtenpakket de stad uit het platteland op gegaan.
Dit lijkt het gevolg van de recente metamorfose van het
platteland waarbij een verschuiving optreedt van een puur
agrarisch naar een meer gemengd gebruikt landschap. De in
tegengestelde richting bewegende opmars van de vrije tijd en
neergang van het agrarisch bedrijf vraagt bijvoorbeeld om
nieuwe perspectieven op de toekomst van het landschap.
Daarnaast willen ook ecologie, archeologie,
waterhuishouding, woningbouw, bedrijfsterreinen en
infrastructuur zich allemaal een plek in het nieuwe
landschap verwerven. Deze drang naar buiten zodanig
stroomlijnen dat allen zich tevreden gesteld voelen en dat
toch een krachtig, eigenstandig landschap overblijft is één
van de grote uitdagingen van ons vak in de nabije toekomst.
Deze uitdaging aangaan is inmiddels ons dagelijks werk. De,
vaak schijnbaar, conflicterende belangen van overheden,
ontwikkelaars en toekomstige gebruikers vormen een
spanningsveld, maar zeker en vooral ook een kans. DS werkt
als gevolg van dit alles momenteel aan diverse
ontwikkelingen op de rand van het platteland.
-
2007 - 2009 | Fliertdal
Ruimte voor de Fliert, ruimte voor ontwikkeling
Twello
-
De komende jaren staat in het landelijk gebied ten zuidoosten van Twello, gemeente Voorst in Gelderland, veel te veranderen. Het gebied is zoeklocatie voor woningbouw en onderdeel van een geplande robuuste ecologisch en recreatieve verbindingszone. Daarnaast wordt gezocht naar ruimte voor de beek en is een andersoortige landbouw nodig om op termijn rendabel te kunnen zijn. De nieuwe vormen van wonen, natuur, recreatie en agrarisch grondgebruik zullen het gebied een andere sfeer geven. De woningbouwopgave kan daarbij worden gezien als de motor voor een evenwichtige herontwikkeling van het gebied.
Door DS is een landschapsanalyse uitgevoerd om de kwaliteiten van het landschap te ontdekken. Op oude kaarten heeft het gebied tot rond 1940 nog de kenmerkende uitstraling van een kleinschalig beekdal. Op de hogere gronden liggen de dorpskernen en de boerderijen, de weidegronden op de lager gelegen gronden worden omzoomd door heggen en de natte hooilanden liggen langs de beek. Naast de Fliert bepalen de landgoederen tot ver in de 20e eeuw duidelijk de sfeer van het landschap.
In het huidige landschap zijn de beek en de landgoederen nog steeds belangrijk maar heeft de kenmerkende beslotenheid de laatste jaren plaatsgemaakt voor een open landschap met weinig karakter. De landgoederen zijn gereduceerd tot compacte beboste percelen waarin landhuizen zich verschuilen. De huidige Fliert is nauwelijks meer dan een greppel. De zonering van hoge akkers naar laag hooiland is verdwenen.
In de toekomst blijven het Fliertdal en de landgoederen de ruimtelijke dragers, steviger verankerd. Agrarisch grondgebruik blijft het Fliertdal ruimtelijk domineren. Dit geeft sfeer, identiteit maar vooral betekenis aan het gebied, en houdt zo het landelijk karakter in stand. De Fliert kan, met een bredere bedding en meer opgaande beplanting, de ruimte krijgen uit te groeien tot een echte beek en mogelijk de hernieuwde levensader van het gebied worden. Nieuwe paden maken het dal voor iedereen toegankelijk. Door nieuwe Fliertheggen rond de percelen wordt het landschap kleinschaliger en daardoor recreatief en ecologisch aantrekkelijker. Op de hogere gronden kunnen houtwallen en hakhoutbosjes worden aangeplant waardoor de landgoederen niet geïsoleerd liggen maar onderdeel worden van het Fliertdal. Meer bosjes en hagen vergroten daarnaast tevens het landschappelijk laadvermogen waardoor ontwikkelingen als woningbouw mogelijk worden met behoud van identiteit en kwaliteit.
-
Hierbij worden de belangen van de verschillende actoren
opererend in de zone op de overgang van stad en dorp naar
-
2004 - 2005 | Zouwdal
Strategie ontwikkeling Zouwdal en aangrenzende gebieden
Maastricht
-
Hoe ontwikkel je een weerbaar landschap met de complexiteit van veel betrokken partijen, uiteenlopende belangen en een relatief korte procesperiode?
Een visie als leidraad bij complexe ontwikkelingen.
Het Zouwdal is een open, landschappelijk dal in een stedelijke omgeving. De hoofdfunctie is landbouw en de nevenfuncties zijn recreatie, waterretentie en natuur. De belangen van landbouw, natuur, waterretentie en recreatie zijn sterk verwerven. Juist door deze verwevenheid is er voldoende ruimte voor alle functies in het Zouwdal. De specifieke en unieke combinatie van functies maakt het Zouwdal tot wat het is: een uniek landschappelijk element met hoge potentie, een landschap in balans. De voorgenomen bouw van woningen en bedrijven in het Zouwdal zal dit delicate evenwicht tijdelijk verstoren. Het opnieuw realiseren van balans tussen oude functies en nieuwe functies is de belangrijkste opdracht voor de toekomst.
Het streven is het Zouwdal een landelijke oase met een open karakter in een stedelijke omgeving te laten blijven. Behoud van het open karakter van het dal is primair van belang voor een efficiënte benutting van de akkers. Dit is ook voor akkervogels als de grauwe gors van levensbelang. De openheid zorgt verder voor een optimale beleving van het dal. Om de beleving te versterken wordt het dal in de lengte begeleid door robuuste groene randstructuren van wisselende breedte. De randen zijn onderdeel van het Zouwdal en vormen de overgang naar de woonwijken en het bedrijventerrein, visueel en functioneel. De rand zorgt voor een groene vitrage tussen het Zouwdal en de stad en het bedrijventerrein. De wisselende breedte is gebaseerd op de huidige kavelgrenzen die voor een groot deel samenvallen met het middeleeuwse verkavelingspatroon.
De Zouwdalranden zijn zeer belangrijk voor plant- en diersoorten die afhankelijk zijn van struweelbegroeiingen en kruidenvegetatie. De verspringingen hebben een positief effect op de biodiversiteit en verhogen de afwisseling in het beeld van de passant.
Door watervertragende maatregelen zal het centrale deel van het dal vernatten. In natte tijden zal dit ertoe leiden dat weer een echte beek door het dal stroomt. Om wateroverlast voor de landbouw te voorkomen wordt hemelwater van het bedrijventerrein en de stadsrand in eerste instantie opgevangen in de groene dalranden.
Aan de stadszijde heeft de inrichting van de rand een sturende rol voor de gewenste overgang tussen privé tuinen en openbaar dal. De woningen aan de Zouwdalrand worden gezien als integraal onderdeel van de randstructuur. De Zouwdalrand is hier ook uitloopgebied van de woonomgeving en vormt de toegang tot het eigenlijke Zouwdal.
Voor de grens tussen openbaar en privé is een reeks stedenbouwkundige principes uitgetekend en voorzien van richtbeelden. De rand zorgt er ook voor dat 's avonds de stad zo veel mogelijk op afstand blijft. Ook de geluiden van de ontsluitingsweg worden gedempt door de randwoningen. Om de visuele afstand te vergroten worden de randwoningen ontsloten aan de stadszijde. Verlichting van tuinen, huizen en het wandelpad wordt vermeden.
-
land in onderlinge samenhang beschouwd en beschreven in een
-
2006 | Maatweg
Meanderland
Amersfoort Maatweg
-
Amersfoort dankt voor een belangrijk deel zijn karakter aan de unieke ligging op de overgang van drie verschillende landschappen. Deze landschappelijke karakteristieken, het bos van de Utrechtse Heuvelrug, het half-open weidelandschap van de Gelderse Vallei en de grote openheid van het agrarisch landschap de Eempolder zijn nog zeer herkenbaar in de verschillende wijken van de stad, maar vooral in de groene lobben en waterlopen die vanuit het buitengebied tot diep in de stad doorlopen. Het Maatweggebied maakt onderdeel uit van zo’n groene lob aan de noordzijde van de stad. Bij de landschappelijk stedenbouwkundige studies voor de uitbreiding van Amersfoort Noord, eind jaren 70 van de vorige eeuw, is de betekenis van dit gebied als landschappelijke en ecologische verbinding al onderkend. Voor het bestaansrecht van het Stadspark Schothorst is via ”de Bik” een open verbinding met het omliggende landschap noodzakelijk. Het gewenste beeld en de ecologische verbinding zijn in de loop der tijd vastgelegd in het beleid voor de EVZ en in de visie Groen Blauwe structuur. In dit beleid is ook de verbinding tussen de Eem en Valleikanaal en Gelderse Vallei opgenomen.
In de langdurige zoektocht naar een nieuwe locatie voor het Meander Ziekenhuis bleek het Maatweggebied een zeer goede optie. De raad besloot tot keuze voor deze locatie onder voorwaarde dat recht gedaan zou worden aan het tot stand brengen van de landschappelijke en ecologische verbindingen. Dit is vastgelegd in het Structuurplan Maatweg, waarin verder het belang van de betekenis van de groene lob als recreatief uitloop gebied, het zichtbaar maken van de cultuurhistorische waarden en de inpassing van het ziekenhuis in de omgeving is benadrukt.
De komende jaren zal het meanderend land een metamorfose ondergaan, van onbekend naar een geliefd en veelbetekenend gebied waar Amersfoorters wonen, werken en recreëren op en langs de Eem.
De Dijk
Dijkverzwaring en het herstellen van en betekenis geven aan de Grebbelinie vormen de motor om de doelstellingen te realiseren De Grebbelinie is daarmee een belangrijk ontwerpuitgangspunt voor het Maatweggebied.
De werking van het systeem is zichtbaar gemaakt. De Grebbelinie bestond in hoofdzaak uit de dijk, dwarskades en inundatiekommen. De Grebbeliniedijk is volgens militair principe uitgevoerd in een strak profiel. De dijk ligt tussen de Eem en het land dat onder water kon worden gezet, de inundatievelden. Daarmee is dit een uniek onderdeel van de Grebbelinie. Uit de oorspronkelijke doorsnedes van de dijk valt op te maken dat langs de Eem de Eemzijde als de veilige kant van de dijk werd beschouwd, aan deze kant is de dijk laag. De dijk heeft nog altijd dit opvallend profiel. Water werd bij dreigend oorlogsgeweld, in de kommen ingelaten via een sluisje waardoor het land tot de volgende dwarskade onder water kwam te staan.
-
gebiedsvisie. Daartoe is een eigen landschapsanalysemethode
-
2007 | ISLA
Integrated Strategic Landscape Analysis
None
-
ISLA is een zeer belangrijk gereedschap in ons dagelijks werk, het verweven van ecologie, archeologie, watermanagement en de vraag naar woningbouw tot een sterk en samenhangend landschap. De term ISLA vat onze aanpak, gebaseerd op 15 jaar praktijkervaring samen. Met de ISLA methodologie zijn we in staat om de specifieke parameters van een gebied in een meervoud van lagen vast te stellen. Door het construeren van het fysieke, historische en ecologische verhaal van de plek creëren we een structuur, een kader voor duurzame planning. ISLA is een analytisch gereedschap voor beleidsmakers opdat zij goed geïnformeerd strategische plannen kunnen maken voor hun gemeente.
De denk- en werkwijze van ISLA heeft zijn oorsprong in het werk van pionier in landschapsarchitectuur Ian McHarg (Universiteit van Pennsylvania). Met zijn vroege analyse (begin 20e eeuw) van de verschillende informatieve lagen, onmisbaar bij gebiedsonderzoek, is een methode ontstaan die DS voort wil zetten.
ISLA begint met een analyse waarbij de informatieve lagen als families gegroepeerd worden: Geografie, Cultuur en Ecologie, met subgroepen lopend van archeologische periodes, bevolkingsdemografieken en economische bewegingen tot specifieke biotopen. De gegevens worden verzameld met behulp van grafische programmatuur zodat de verschillende lagen naast elkaar kunnen worden gelegd en een gedetailleerde cartografische analyse mogelijk wordt gemaakt. Door middel van dit zorgvuldige lagenonderzoek kunnen conclusies worden getrokken, kansen worden ontdekt en strategieën worden ontwikkeld.
De tweede fase van ISLA heeft vooral te maken met gebiedsontwikkeling en integrale planning. Door een verhaal te creëren dat bestaat uit meerdere lagen, komen er verschillende scenarios naar boven die de basis kunnen vormen voor toekomstige wensen en behoeftes. Het is onze rol om ons voor te doen als verhalenvertellers, mediators, bij de uitdaging waar gemeentes vandaag de dag mee geconfronteerd worden: de noodzaak van groei en ontwikkeling aan de ene kant en de kostbare ecologische en archeologische structuren aan de andere kant. Om de juiste beslissingen te nemen hebben we het complete verhaal nodig, eenvoudig uitgedrukt: om te weten waar we heen gaan moeten we weten waar we zijn geweest.
De cartografische synthese omvat de kwaliteiten en historische ontwikkeling van het landschap, de ruimtelijke ontwikkeling, gebieden van cultureel belang en evolutie van land-use. We hebben heel concrete doelen ten aanzien van mens en gemeente: ruimte vinden voor woningbouw en bouw van kantoren evenals voor infrastructuur en transport, maar het moet het best-passende scenario zijn, optimaal in harmonie met de beperkingen en benodigdheden voor het historische en ecologische belang. Bij het voeden van culturele groei komen er ook kansen naar boven, dankzij deze rijkere kennis van de ecologische en historische identiteit van een gebied.
Wat maakt een gebied een gebied? DS neemt de positie in waarbij ontwikkeling moet worden gezien als een bouwen aan„ en versterken van het landschap in de breedste zin van het woord. In dichtbebouwde gebieden als in Nederland wijst een landschappelijke onderlegger ons op het belang van historische continuïteit en de ontwerpdenkwijze daarbij. DS gebruikt ISLA voor een betere begeleiding van onze opdrachtgevers, voor beter advies en bemiddeling bij complexe ruimtelijke processen. We hopen hiermee volledig gerealiseerde gebieden te creëren die in verband staan met de geschiedenis en de natuur, waar bewoners willen blijven, willen koesteren nu en in de toekomst.
-
ontwikkeld. Deze stelt aan de hand van onderzoek van
historische kaartbeelden en beleidsdocumenten uit
verschillende tijdslagen een diagnose van de ontwikkelingen
van een gebied in de loop der eeuwen. Met deze methode in
Nederland toegepast wordt nu in opdracht van de Franse
overheid het kustlandschap van Les Landes onderzocht.
Pays landes Nature Côte d’Argent
-
2007 | Pays landes Nature Côte d’Argent
Gebiedsontwikkeling op grote schaal met duurzame economische ontwikkelingsmogelijkheden
Aquitaine
-
Intergemeentelijk samenwerkingsverband van 23 gemeentes van Arcachon tot Bayonne
Het studiegebied staat aan de vooravond van een grote transformatie. De bevolking zal naar verwachting binnen 30 jaar verdubbelen en er liggen grote opgaven voor natuur, het controleren van de zandduinen en het diversificeren van de werkgelegenheid. Hoe is deze grote transformatie te stroomlijnen zonder de belangrijke locale kwaliteiten en sociale verbanden te overstemmen, en het gebied haar eigen karakter te laten behouden?
We benaderen deze opgave vanuit de drie componenten van duurzaamheid: Authenticiteit, Diversiteit en Innovatie. Authenticiteit behelst het onderzoeken en definiëren van de kwaliteiten die het diep gewortelde karakter van het gebied bepalen, kortom de <i>genius loci</i>. De component diversiteit is het zoeken naar nog verborgen of marginale kwaliteiten, die versterkt en verrijkt kunnen worden. De innovatiecomponent brengt inspiratie vanuit andere plekken naar het studiegebied.
Het doel van deze studie is het combineren van de drie componenten tot een duurzaam geheel. Een geheel dat leidt tot een gezonde, gediversifieerde economie; een sterke ruimtelijke en sociale structuur binnen de dorpen en steden, die nieuwkomers kan opnemen zonder identiteit te verliezen; en een robuuste basis van natuur en landschap, met voldoende ruimte en mogelijkheden voor menselijke activiteit.
-
Uit de ervaring die DS heeft opgedaan met het werken aan de
meest recente projecten is een aantal thema's naar voren
gekomen dat, naar het zich nu laat aanzien, de
landschappelijke agenda van de nabije toekomst bepaalt.
Zo zal de overheid meer gaan samenwerken met particulieren
om haar plannen te realiseren. De onderzoeksvraag is in
welke vorm dat het beste gaat. De Limes is gestart als test
-
2004 | Limes
een biografie
Nederland
-
Tweeduizend jaar geschiedenis in de achtertuin. DS start een biografie van de Limes, door deze oude Romeinse grens letterlijk te lopen.
P.C. Tacitus (55 – 120 ad) noemde de noordelijke grens van het Romeinse rijk “limes” naar het Latijnse woord voor pad. De limes ligt tegenwoordig in het hart van Europa. Ze scheidt niet langer volkeren maar verbindt ze. Zou ze hen letterlijk kunnen gaan verbinden? Is de limes in potentie een politiek symbool? Er zou een Europees wandelpad gemaakt kunnen worden in navolging op de Engelse en Duitse limes wandelroutes. Dat zet de grens op Europese schaal op de kaart.
Door het gehele tracé te lopen hebben we vele interessante portretten en verhalen vast kunnen leggen. Na ons bezoek is de limes voor de bewoners op de Limes meer werkelijkheid geworden en heeft hun achtertuin een Europese dimensie gekregen.
Want als "ruimte laten" het ontwerpcredo is, dan denken wij over tien jaar al een grote verandering te gaan zien. Immers de dynamiek in het Nederlandse landschap is enorm – er is leven op de limes!
DS heeft een ontwerp gemaakt voor een Limes-straatbaksteen, geproduceerd door Wienerberger. De Limes-straatsteen kan worden gebruikt daar waar de oude Romeinse weg de hedendaagse wegen kruist. Naar aanleiding van het verrichtte veldwerk heeft DS in samenwerking met Irma Boom een boek over gemaakt over de Limes.
Het boek Limesweg is inmiddels verschenen.
-
hierin. Nu is het Groene Hart een mooi object voor de
snijtafel, omdat het onderhouden wordt door heel veel
particulieren die er graag blijven zitten en de overheid
graag een Groen Hart behoudt. De discussie over hoe te
bouwen in geliefd landschap is niet langer te omzeilen, nu
Nederland nieuwe Nationale Landschappen heeft.
En er zal nagedacht moeten worden over de gevolgen van
klimaatverandering op de planvorming. Want meer warme dagen
geeft meer druk op de groene ruimte. En extreme
weersomstandigsheden vragen om ruimtelijke claims.
Er gebeurt nog meer voor ons vakgebied de komende tijd, want
het milieu staat weer midden in de belangstelling. De
cradle-to-cradle gedachte, ontstaan uit het milieubewuster
maken van de productontwikkeling, slaat over op de
ruimtelijke ordening. Adri Duyvestein wil alle 60.000
woningen in Almere volgens dit principe neerzetten. De
vakinhoudelijke bijdrage is niet meteen helder, hierover
moet worden nagedacht. Wat betekent recycling voor de
landschapsarchitectuur en hoe kunnen we met minder afval
landschap verbouwen?
De landschapsarchitect is de enige ontwerper in de
ruimtelijke ordening die ontwerpt met natuur. Dezelfde
natuur die juist leeft van de overlast van water en CO2 en
het fijnstof vastlegt. De veerkracht van ons landschap en
onze natuur moet opnieuw geijkt worden. En juist daarin is
de landschapsarchitect opgeleid en onmisbare denkkracht.